Hier worden in chronologische volgorde de belangrijkste gebeurtenissen in dit dossier gepresenteerd:

Datum Gebeurtenis
19-12-2014 Er wordt een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Leeuwarden en CRV gesloten over de bouw van een kernfokbedrijf aan de Brédyk 32 in Wirdum. De gemeente stelt strikte geheimhouding over deze overenkomst in. In de overeenkomst is vastgelegd dat er door de gemeente € 150.000,- verhuiskosten betaald wordt.
12-2-2015 Het eindrapport van het bureau- en booronderzoek wordt gepubliceerd. Conclusie is dat er op het gehele erf van de boerderij resten van de ijzertijd tot de middeleeuwen gevonden zijn en dat vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is.
24-2-2015 De gemeentelijk archeoloog mailt CRV dat er ter plekke van de twee grote ligboxstallen vervolgonderzoek nodig is.
7-4-2015 Het concept-Programma van Eisen voor het archeologische onderzoek (proefsleuven met een doorstart naar een opgraving) wordt opgesteld. Om onbekende redenen (er zijn geen documenten hierover) hoeft ter plekke van de geplande zuidelijke ligboxstal geen onderzoek uitgevoerd te worden.
4-5-2015 CRV verleent opdracht aan Archeodienst conform haar offerte van 9-4-2015.
10-6-2015 t/m 13-6-2015 Archeodienst voert het proefsleuvenonderzoek uit. Er wordt tijdens het onderzoek toestemming gegeven om een tweede laag (vlak) te onderzoeken. Deels is ook een derde vlak aangelegd. Conclusie is dat er een terp aanwezig is. De volledige bouwput moet opgegraven worden.
18-6-2015 Het milieukundig nader asbestonderzoek wordt gepubliceerd. Hieruit blijkt dat er een locatie gesaneerd moet worden. Het onderzoek is echter niet in de opstallen uitgevoerd. Er wordt expliciet vermeld dat dit in een later stadium nog moet gebeuren. Dit is echter nooit gebeurd.
7-7-2015 De bedoeling was oorspronkelijk om vanuit het proefsleuvenonderzoek direct naar een opgraving door te starten, maar dat was niet mogelijk. Vervolgens was het  de bedoeling om zo snel mogelijk de opgraving uit te voeren. Insteek was om de rapporten van beide onderzoeken te combineren om kosten te besparen. Daarom heeft de gemeentelijk archeoloog op basis van de nog niet uitgewerkte gegevens van het proefsleuvenonderzoek een aanvulling op het Programma van Eisen geschreven na overleg met Archeodienst en de provinciaal archeoloog. Een kwart van de geplande bouwput van de noordelijke stal hoefde niet onderzocht te worden omdat de archeologische resten hier verdwenen zouden zijn door een oude kelder. Er zijn echter geen documenten waarin de diepte van deze kelder aangegeven is.
21-9-2015 Het wordt duidelijk dat de opgraving pas in februari 2016 uitgevoerd kan worden. Archeodienst besluit om dan eerst het rapport van het proefsleuvenonderzoek op te stellen, dat op 28-10-2015 verschijnt. Uit het rapport blijkt dat er waarschijnlijk sprake is van een terp maar dat de beperkte gegevens niet genoeg zijn voor duidelijke conclusies. Wel wordt genoemd dat er twee maar misschien ook meer bewoningsfasen zijn. Er zijn zeer veel vondsten gedaan. De veel te lage schatting van het aantal vondsten in de aanvulling van het PvE voor de opgraving is echter niet aangepast aan de resultaten uit het rapport.
21-12-2015 De gemeente verleent CRV de omgevingsvergunning, waarin als voorschrift 5 het uitvoeren van het archeologische onderzoek is opgenomen.
25-4-2016 Start van de opgraving. Het grootste deel van het opgravingsterrein blijkt nog niet beschikbaar te zijn. Er ligt puin, er loopt een asfaltweg dwars door het opgravingsgebied waarover puin naar de breekmachine gereden wordt en er is nog een watervoerende sloot. Aangezien er afgerekend wordt per m² zijn de vertragingskosten voor Archeodienst. Daarnaast is het gedurende een groot deel van de opgraving zeer slecht weer met buitensporige neerslag, waardoor de opgraving zeer vaak onder water komt te staan.
2-5-2016 t/m 6-5-2016 Er moet ook nog  een asbestsanering binnen het opgravingsterrein uitgevoerd worden. Daarom wordt deze tweede week niet door Archeodienst gewerkt.
12-5-2016 Er is een aanvraag van een journalist om een artikel over de opgraving te schrijven. CRV geeft geen toestemming want ze willen geen enkele ruchtbaarheid aan het project geven omdat het project zeer gevoelig ligt. Uiteindelijk wordt er op 29 juni (einde van de opgraving) wel een artikel gepubliceerd in de Leeuwarder Courant.
17-5-2016 Overleg op de opgraving tussen gemeente, CRV en Archeodienst. Het is ondertussen duidelijk geworden dat er sprake is van een goed bewaarde terp, waar meerdere bewoningsfasen boven elkaar aanwezig zijn. Daarom moeten in een groot deel van het gebied wel vijf of meer vlakken (boven elkaar) onderzocht worden in plaats van twee. Dit zorgt voor hogere kosten. Twee vlakken kosten twee keer zoveel als één vlak. Daarnaast is duidelijk geworden dat het deel dat niet opgegraven hoefde te worden omdat er geen archeologie meer zou zijn, toch goed bewaard is en wel opgegraven moet worden. Tenslotte wordt bij de opgraving buitensporig veel vondstmateriaal aangetroffen. Dit zorgt ook voor kosten omdat deze per stuk afgerekend worden. Het aantal dat  in het PvE genoemd werd, was veel te laag omdat het niet aangepast was aan de hoeveelheid vondsten die daadwerkelijk bij het proefsleuvenonderzoek waren aangetroffen.
18-5-2016 De gemeente schrijft een aanvulling op het PvE waarin de nieuwe informatie verwerkt is. Archeodienst maakt op basis hiervan een kostenraming die uitkomt op (o.a.) 8100 m² opgraving en 25.000 vondsten. Dit zorgt voor kosten van € 162.000,- excl. BTW.
19-5-2016 CRV schrikt van de kosten en legt de opgraving stil. Vanaf dit moment tot medio juni is er intensief contact over de kosten tussen de directie van CRV en het bestuur van de gemeente (wethouder, stadsdirecteur, directeur De Zuidlanden). CRV probeert de kosten te reduceren door het onderzoek door de gemeente te laten minimaliseren en/of de gemeente voor het onderzoek te laten betalen. Van deze contacten is in de WOB-stukken echter niets terug te vinden.
19-5-2016 Er wordt begonnen met het uitgraven van de bouwput van de zuidelijke stal. Archeodienst merkt dat de archeologie hier goed bewaard is en meldt dit aan de gemeente. De gemeente legt daarop de graafwerkzaamheden stil.
20-5-2016 CRV laat de opgraving weer verder gaan. Archeodienst was nog aanwezig om werkzaamheden af te ronden. Er mogen echter steeds maar kleine stukjes opgegraven worden, waardoor er niet efficiënt gewerkt kan worden. Dit veroorzaakt onnodige extra kosten voor Archeodienst. Bovendien raken archeologische sporen beschadigd door uitdroging of door langdurig onder water staan, omdat ze niet bewerkt mogen worden. Hierdoor gaat informatie verloren.
25-5-2016 De aanvulling op het PvE wordt gewijzigd door de gemeente. Hierin is nu opgenomen dat er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden in de ca. 2500 m² grote bouwput van de zuidelijke stal. Wel wordt ter compensatie voorgeschreven een klein putje van 50 m² tussen de beide stallen aan te leggen. Op basis van dit PvE maakt Archeodienst een nieuwe kostenraming die uitkomt op 8350 m² opgraving en 35.000 vondsten, met kosten van in totaal € 178.000,- excl. BTW.
2-6-2016 Omdat CRV niet bereid was om meer dan 5000 m² opgraving te betalen, is er een gesprek tussen CRV, gemeente en Archeodienst geweest onder leiding van de directeur van het gemeentelijke projectbureau De Zuidlanden. Door de aanwezigen werd van Archeodienst verwacht dat zij zou aangeven welke delen van de bouwput niet onderzocht hoefden te worden zodat men binnen het budget zou blijven. Archeodienst verklaarde echter dat er geen vierkante meters kunnen afvallen maar dat er juist veel meer onderzocht zou moeten worden. Maar als de gemeente zou beslissen dat er delen niet onderzocht hoefden te worden, dan zou Archeodienst zich daar bij neerleggen. Maar dan zou de gemeente zelf moeten beslissen welke delen dat zouden moeten zijn.
3-6-2016 Omdat de 5000 m² bereikt was en het gesprek van 2 juni geen oplossing had opgeleverd, wordt de opgraving door CRV stilgelegd.
6-06-2016 t/m 10-06-2016 Bij de opgraving was er een huis uit de ijzertijd aangetroffen waarvan de houten gevlochten wanden gedeeltelijk nog bewaard gebleven waren. Dit is een zeer bijzondere vondst. In de week dat de opgraving stilgelegd was en er geen nieuwe vierkante meters aangelegd mochten worden, heeft Archeodienst samen met een team enthousiaste vrijwilligers gewerkt aan het zeer arbeidsintensieve vrijleggen van dit huis. Contractueel zou het onderzoek van dergelijke bijzondere objecten op regiebasis per uur afgerekend worden. Archeodienst heeft echter voorgesteld om deze werkzaamheden op eigen kosten uit te voeren, zoals ze ook voorgesteld heeft om een maximum van 35.000 vondsten in rekening te brengen en de rest op eigen kosten te onderzoeken. Tevens werd er korting gegeven op de vondsten waarvan na het veldwerk beslist zou worden dat ze niet gedateerd zouden hoeven te worden. Alles bij elkaar was dit een besparing van tienduizenden euro's voor CRV.
10-6-2016 Gesprek tussen CRV en Archeodienst over het vervolg van het onderzoek. De directeur van CRV probeerde op alle manieren om Archeodienst onder druk te zetten. Het loont de moeite om het gespreksverslag te lezen. Uitkomst was uiteindelijk dat Archeodienst de opgraving per direct zou afronden, dat het oostelijke deel van de bouwput op 21 juni klaar zou zijn en dat CRV de facturen waarvan er nog geen enkele betaald was, zou voldoen.
21-6-2016 De opgraving in het  oostelijke deel van de bouwput is afgerond en het bouwbedrijf gaat hier aan de slag. Daarbij graven ze nog een strook af, die niet archeologisch onderzocht was. Archeodienst meldt dit aan de gemeente die de graafwerkzaamheden stillegt, maar dezelfde dag nog laat voortzetten zonder archeologisch onderzoek.
29-6-2016 Einde opgraving
11-7-2016 Factuur van het veldwerk wordt aan CRV verstuurd inclusief een specificatie van de aantal opgegraven vierkante meters met bijbehorend kaartmateriaal. Het bedrag komt overeen met de kostenraming van 25 mei.
24-8-2016 Ondanks meerdere herinneringen en maningen wordt de factuur niet betaald. Na meerdere pogingen krijgt Archeodienst de directeur van CRV aan de telefoon die reageert met de mededeling dat CRV de factuur niet zo maar ging betalen en dat -nu het veldwerk afgerond is- er tijd was om in alle rust over de kosten te praten. Archeodienst mailt vervolgens dat zij geen werk meer voor CRV gaat uitvoeren totdat de factuur en de nog uit te voeren werkzaamheden betaald zijn.
24-8-2016 t/m 7-9-2016 Archeodienst vraagt de gemeente om hulp bij het incasseren van de factuur. De gemeente weigert echter elke medewerking. In deze periode speelt de "veilingkwestie". Archeodienst heeft last van opdrachtgevers die niet betalen en overheden die de wanbetalers beschermen. Archeodienst dreigt de vondsten van de projecten die niet betaald zijn te verkopen. Dit veroorzaakt veel ophef. Archeodienst geeft aan dat Wirdum een typisch voorbeeld is van deze problematiek en dat dit project ook meegenomen zal worden bij de verkoop als er niet snel betaald wordt. In plaats dat gemeenten en provincies de wanbetalers op hun verplichtingen wijzen, laten de provincies beslag leggen op de vondsten van Archeodienst. Dit is een duidelijk signaal naar opdrachtgevers en concreet naar CRV dat het niet nodig is om archeologisch onderzoek te betalen omdat de overheid je toch wel beschermt.
9-9-2016 t/m 26-9-2016 Archeodienst vraagt de provincie Friesland om de gemeente tot andere gedachten te brengen, maar vergeefs.
4-10-2016 Archeodienst doet melding van een asbestvervuiling die CRV heimelijk in een sloot gedumpt heeft. Naar aanleiding van de melding volgt er wel een inspectie van het terrein, waarbij ook asbest werd aangetroffen, maar verder geen enkele actie. Archeodienst had de vervuiling trouwens tijdens het veldwerk (10 mei) ook al aan de bouwleider gemeld, maar daar is niets mee gebeurd.
6-10-2016 Archeodienst gaat failliet.
21-10-2016 Afwijzing door de gemeente van het verzoek van Archeodienst tot handhaving met betrekking tot de voorschriften van de omgevingsvergunning van CRV. Archeodienst zou geen belanghebbende zijn en er zou geen juridische basis zijn.
9-11-2016 Het door Archeodienst uitgevoerde botanische onderzoek wordt door de curator aan CRV gefactureerd.
15-2-2017 Van de Graaf doet een WOB-verzoek aan verschillende overheden.
21-4-2017 De gemeente neemt een besluit over het WOB-verzoek. Vrijwel alle correspondentie met CRV wordt op basis van artikel 11 van de WOB geheim gehouden. Van de Graaf had expliciet om documenten over de milieuaspecten en de financiering/subsidiëring van het project gevraagd. Over deze onderdelen is geen enkel document geleverd! Het begin van een doofpotaffaire. Van de Graaf tekent bezwaar aan.
30-5-2017 Van de Graaf ontdekt dat de curator voor de helft van het bedrag van de uitstaande vorderingen wil schikken met CRV. Van de Graaf voorkomt dit door de vordering voor hetzelfde bedrag te kopen van de curator. Hij vordert daarna het volledige factuurbedrag bij CRV, dat echter weigert te betalen.
15-8-2017 Van de Graaf stuurt op basis van de gebeurtenissen en de ontvangen WOB-stukken een brief naar de gemeente waarin het verloop van de gebeurtenissen beschreven wordt en waarin 66 vragen gesteld worden. Van de Graaf heeft nooit antwoord op deze brief gekregen.
4-9-2017 Gesprek tussen Van de Graaf en de jurist van de gemeente. De gemeente geeft aan dat ze een gesprek met CRV over de kwestie zullen aangaan. Later blijkt dat dit gesprek pas op 30 november plaatsvond.
27-9-2017 Besluit van de gemeente op het WOB-bezwaarschrift  van Van de Graaf. Er blijkt een groot contrast te zitten tussen de kritische houding van de bezwarencommissie tijdens de hoorzitting op 3 juli en het door de commissie gegeven advies waarin nog meer documenten onder artikel 11 vielen dan in het oorspronkelijke WOB-besluit. Op advies van de commissie worden wel enkele documenten over de subsidiëring en het milieu geleverd. Later zal blijken dat dit niet alle documenten zijn. De correspondentie met CRV wordt nog steeds voor een groot deel geheim gehouden. Vermoedelijk geeft de gemeente in deze correspondentie advies over de kosten van het onderzoek, die tot de volledig onterechte verwachtingen van CRV geleid hebben.
6-10-2017 Van de Graaf tekent beroep aan tegen het 2e WOB-besluit van de gemeente. De zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is in april 2018.
9-10-2017 Op basis van het tweede WOB-besluit stelt Van de Graaf nieuwe vragen aan de gemeente. Ook deze vragen zijn nooit beantwoord.
27-10-2017 Van de Graaf stuurt een klacht over de kwestie aan de raad van commissarissen van CRV. Ondanks twee herinneringen is de brief nooit beantwoord. Er kan dus geconcludeerd worden dat de raad van commissarissen het illegale gedrag van het bedrijf ondersteunt.
14-11-2017 Van de Graaf schrijft de provincie dat het project niet afgerond gaat worden omdat er niet betaald wordt. De provincie wordt eigenaar van de vondsten als het project afgerond is. Dit zal nu niet gebeuren omdat Van de Graaf de vondsten en de gegevens in retentie houdt totdat er betaald is. De provincie beantwoordt met de eis dat de vondsten en gegevens binnen vier weken overgedragen moeten worden. Een inhoudelijke reactie wordt aangekondigd maar volgt niet.
17-11-2017 De gemeente heft de geheimhouding van de samenwerkingsoverenkomst met CRV van 19-12-2014 op. Dit is in het kader van de WOB-beroepsprocedure gebeurd.
18-11-2017 Van de Graaf dient een klacht in bij de gemeente over de kwestie in het algemeen waaronder ook het niet beantwoorden van zijn brieven.
1-12-2017 Gesprek tussen wethouder Deinum en de jurist van de gemeente en Van de Graaf over de kwestie. De wethouder toont begrip maar vindt dat er eerst een gesprek tussen Van de Graaf en CRV moet komen. Een dag ervoor had CRV beloofd aan de gemeente dat ze contact zouden opnemen met Van de Graaf. CRV blijkt echter geen contact op te willen nemen. De gemeente doet daarna, ondanks meermaals aandringen van Van de Graaf, op een vrijblijvende telefonische navraag bij CRV na, niets.
1-12-2017 Gesprek tussen de klachtbehandelaarster van de gemeente en Van de Graaf. Ook hier wordt begrip getoond maar in het besluit dat op 21-12-2017 genomen wordt, wordt alle klachten afgewezen op het niet beantwoorden van de brieven na.
27-03-2018 De vragen van Van de Graaf uit de brieven van 15-08-2017 en 09-10-2017 worden beantwoord. De antwoorden bevatten voor een deel halve waarheden en hele leugens en zijn deels ontwijkend.